In de pers

Crossing Border! We denken aan gedichten. Aan poëziebundels en broeierige zaaltjes waar als het niet verboden was de sigarettenrook het zicht op de voorlezende dichter zou bemoeilijken. We zijn er niet, maar we hebben de kunstbroeders van het schone woord in het bonkend hart gesloten. En wij progrockers niet alleen, ook zij die om den brode voor een hoofdstedelijke courant schrijven deden dat, jaren geleden al.

En hij nam zijn gitaar op, plugde in, en speelde – tot een snaar brak, dat was een teken – improviserenderwijze mee. Erik Voermans, niet te verwarren met Eric Vloeimans. Misschien ken je zijn naam uit het Parool, of wellicht van de Universiteit Utrecht. Maar behalve docent musicologie en journalist is hij ook soundscape-gitarist. Met Robert Fripp als lichtend voorbeeld, hoe kan het ook anders trouwens.

In 2004 maakte Voermans CD De hemelse wanklank. Ambient gitaarmuziek, maar met gedichten van Lucebert, door de dichter zelf voorgelezen en teruggevonden op historische opnamen uit vermoedelijk januari 1951. Die opnamen kwamen ooit terecht op een cd met de titel oh oor o hoor. Voermans schrijft in het boekje bij de CD dat Luceberts voorlezingen van meer dan een halve eeuw geleden nog steeds een wonderlijk bezwerende kracht hebben. Hij is een sjamaan, aldus Voermans, die zijn toehoorders betovert met woorden die de suggestie wekken onzegbare geheimen te openbaren.

Een jaar later, in 2005, maakte Voermans de CD Nocturnal Ghost Songs waaraan ook werd meegewerkt door trompettist Eric Vloeimans en bassist Gert-Jan Blom. Minder sjamanistisch, maar minstens zo bezwerend, louter door de trage, dromerige en soms angstaanjagende klanken.”

De Wissel, Radio 6, 11 november 2011

Het Parool 1 maart 2012

Het Parool, 1 maart 2012

——————————————————

freriks wanklank

NRC Handelsblad, 22 november 2004

——————————————————

 

Wanklank Jochem

NRC Handelsblad, 29 november 2004

——————————————————

IMG_0112

Het Parool, 12 december 2004

——————————————————

Groene wanklank

De Groene Amsterdammer, 7 januari 2005

——————————————————

UN wanklank

Utrechts Nieuwsblad, 11 februari 2005

——————————————————

MenM wanklank

Mens en Melodie, nummer 5, 2009

——————————————————

Rinus 1Rinus 2Rinus 3

GPD/Brabants Dagblad, 20 maart 2005

——————————————————

Nieuwe Revue

Nieuwe Revue, 2005

——————————————————

Claus nrc

NRC Handelsblad, 2011

——————————————————

Lucebert – De Hemelse Wanklank – met Erik Voermans

Dit is de cd […] waar ik in eerste instantie de meeste moeite mee had. Lucebert draagt een aantal van zijn gedichten voor, en Erik Voermans heeft daar een muzikaal bedje bij gemaakt. Ook hier geldt, dat als je de tijd neemt en je er even echt voor gaat zitten de combinatie wonderlijk goed blijkt te werken. Voermans speelt gitaar en doet het een en ander met electronica, en maakt zo muziek die niet goed te omschrijven valt, maar die de gedichten van Lucebert merkwaardig goed ondersteunt. En na een poos vind je het geheel zelfs meeslepend. Heel apart.

MoorsMagazine.com

——————————————————

Dichter
(Basta/Excelsior)
Journalist Erik Voermans (niet te verwarren met trompettist Eric Vloeimans!) staat bekend om zijn scherpe en geestige muziekrecensies in Het Parool. Minder bekend is het feit dat hij ook een virtuoos gitarist is, gespecialiseerd in soundscapes in de traditie van Robert Fripp. Van zijn hand verscheen eerder de cd De Hemelse Wanklank, waarop hij door de dichter Lucebert voorgedragen poëzie van een soundtrack voorzag. Ditmaal waagt Erik zich aan de gedichten van Hugo Claus, die de Vlaamse dichter ooit op de plaat zette. Claus’ stem mist de zangerigheid van Lucebert, maar compenseert dat met een warm timbre. Voermans probeert in zijn muziek zo dicht mogelijk bij de woorden van Claus te komen, qua sfeer, klankkleur, ruimtelijkheid en intensiteit. Het eindresultaat is soms ronduit bezwerend. Poëzie als muziek, muziek als poëzie, zelden hoorden we zo’n succesvolle synthese. Voermans is er met succes in geslaagd om, zoals hij zelf zegt, ‘dichter naar de dichter toe te kruipen’. (JvdB)

Platomania.nl

——————————————————

Ambiënt Dance – Hemelse Wanklank

€32,90

1 kauppa löytynyt

Etsitkö lounge dance your charizmatic self dance-levyjä …

Beoordeling: 9,3/10 – ‎4 stemmen

Ambiënt Dance – Hemelse Wanklank …. http://static1.vertaa.fi/fotos/{{size}}/6/2/3/6 /gesproken-woord-eric-voermans-de-hemelse-wanklank

http://www.vertaa.fi › Viihde › Dance

(Gevalletje van Finse humor?)

——————————————————

Klantbeoordeling: 5 van de 5 sterren Nocturnal Ghost Songs

Eric van Balkum

Haarlem / Nederland

1 augustus 2006

Voor wie van GOEDE instrumentale sfeermuziek houdt een absolute MUST! Voermans improviseert atmosferische nevels uit zijn (gemanipuleerde) gitaren en varieert stijlvol Satie’s Eerste Gymnopédie op de dobro (track 2 en 13). De nummers waarop Vloeimans acte-de-présence geeft geven de schoonheid wat meer body. Absoluut hoogtepunt van hun samenspel is m.i. Nocturnal waarin Vloeimans mijn hart bijkans uit de borstkas speelt. De 7’36” zijn veel te kort (en dat geldt eigenlijk voor de hele CD).

Bol.com

 ——————————————————

Voer en Vloei

Erik Voermans speelt al dertig jaar gitaar, maar hij doet dat op zijn geheel eigen manier – er worden geluidstapijtjes gemaakt die in eerste instantie introvert overkomen, maar die bij nadere beluistering wel degelijk spannend blijken te zijn. Eric Vloeimans is trompettist, en hij voegt aan de geluidslandschappen van Voermans nog een extra spanning toe die er voor zorgt dat deze muziek het genre van de “ambient muziek” overstijgt.

De twee muzikanten hebben duidelijk heel goed naar elkaar geluisterd. Voermans heeft zijn basis-gitaarwerk duidelijk gemaakt met Vloeimans’ bijdrage in zijn achterhoofd, en Vloeimans springt er dan ook perfect in, met zeer mooi klinkende, gevoelige en toch ook weer spannende trompetpartijen, waarbij je soms echt op het puntje van je stoel zit.

Het doet soms denken aan het werk van Jon Hassell, al laat Vloeimans hier horen dat je geen vervormer nodig hebt om je trompetspel eenzaam te laten klinken. Het doet ook wat denken aan het werk van Brian Eno, de pionier van de ambient muziek, maar Voermans en Vloeimans zijn wat meer “down to earth”, al zie je hier ook met enige regelmaat lege vlaktes voor je geestesoog opdoemen. Stilte, leegte, maar tegelijkertijd opperste concentratie en intensief samenspel, en samen levert dat een album op met uitermate mooie muziek.

“Mooie muziek” – dat is natuurlijk een kwalificatie die niet meer kan tegenwoordig, maar toch wil ik in dit geval een uitzondering maken. Daarvoor werd er hier net iets te vaak geroepen “aah jongens, wat móói!” En ze blijken de aandacht van de luisteraar ook nog eens van begin tot eind vast te kunnen houden, wat met dit soort voortkabbelende muziek een prestatie genoemd mag worden. En het allerbelangrijkste natuurlijk – het is muziek die je ráákt.

Erik Voermans featuring Eric Vloeimans – Nocturnal Ghost Songs – Basta 3091542

MoorsMagazine.com


Still (Attacca)

***

Erik Voermans (1958) is muziekredacteur van Het Parool en musicus. Als elektrisch gitarist maakt hij al jaren Robert Fripp-achtige soundscapes, maar nu heeft hij voor het eerst een hele cd gemaakt met eigen werken voor ensemble en orkest. Bizar detail: er is geen instrument aan te pas gekomen. Voermans heeft alles zelf uitgevoerd met geavanceerde muzieksoftware. En ja, dat hoor je – zo perfect kan geen mens spelen, al klinkt de jazztrompet in Slow evening bells griezelig echt. Hoewel de totaalklank soms al te gesynthetiseerd overkomt, is het ‘trompe l’oreille’ dat Voermans creëert met zijn buitenissige bezettingen (zoals piano, 8 klarinetten en 2 contrabassen) een van de charmes van de cd: met digitale middelen geeft hij akoestische raadsels op. Maar Still verrast vooral door de diversiteit en inventiviteit van de composities, die uiteenlopen van Zappa-frivoliteit en nachtclubjazz tot subtiele klankonderzoekingen en een hypnotiserend, vrijwel statisch drone-stuk van een half uur.

NRC Handelsblad en NRC Next (Joep Stapel), 2016

____________________________________________________________________________________________

Godenlicht (Attacca)

‘Dit is echt grote muziek in de meest veelomvattende zin van het woord (…)’

Maarten Brandt in Opusklassiek

Voor de hele recensie: https://www.opusklassiek.nl/cd-recensies/cd-mb/mbvoermans01.htm


NRC

NRC Next/NRC Handelsblad, juni 2019


‘Erik Voermans schrijft over muziek, maar hij is zelf ook gitarist en componist en heeft al een behoorlijk rijtje aan magnifieke albums op zijn naam staan. Een verblijf in Fins Lapland en een aantal oude opnames die overgebleven waren van een eerder project dat hij met trompettist Eric Vloeimans deed vormen samen de inspiratiebron voor zijn nieuw album, dat gerust weer een klein meesterwerkje genoemd kan worden. Voermans weet alle groten van de afgelopen eeuw, als Zappa, Stockhausen en Takemitsu in zijn muziek te verwerken tot een uniek, volstrekt eigen nieuw geluid. Te spannend en geraffineerd om voor soundscape door te gaan, maar daar heeft het op het eerste gehoor misschien wel iets van weg. Een absolute aanrader.’

MoorsMagazine.com, 2019

————————————————————————————————————————————————-

Recensie: Erik Voermans’ nieuwe plaat is een hallucinante ode aan Orpheus en Eurydice

Erik Voermans leidt je op zijn 25ste album door een hallucinante hommage aan Orpheus en Eurydice. De plaat is een droomlandschap waarin de tijd traag verglijdt.

Voormalig muziekrecensent Erik Voermans van Het Parool mag dan bij de krant met pensioen zijn, stilzitten doet hij allerminst. Voermans is schrijver én gitarist, bedient zich van een erkestre electrophonique en maakt graag ‘ambient-gitaar-soundscapes’, zoals hij het zelf noemt. Onlangs verscheen zijn nieuwe album. Het is zijn 25ste, een respectabel aantal.

The Tale of Orpheus & Eurydice is een muzikale associatie bij het verhaal van Orpheus, die zijn geliefde Eurydice terug probeert te halen uit het dodenrijk. Voorwaarde voor een goed einde: Orpheus mag niet omkijken als Eurydice hem volgt op de weg naar boven. Helaas, hij werpt een blik over zijn schouder…

Voermans maakte een drieluik. Op de klanken van zijn Fender Stratocaster uit 1974 – aangekocht vanwege het klokjesachtige geluid – voert hij je mee in een wereld van bromtonen, een droomlandschap waarin de tijd traag verglijdt, en waarin saxofonist Yuri Honing ontroerende solo’s speelt. Het lot van de geliefden, de donkerte van de rivier, het ijzige van wat een onderwereld zou kunnen zijn, spooky stemmen: ze vormen een hallucinante hommage aan het hartverscheurende verhaal.

Frederike Berntsen

Modern

Erik Voermans
The Tale of Orpheus & Eurydice
Attacca

——————————————————————————————————————————-

Voermans: The Tale of Orpheus & Eurydice

Erik Voermans (Orkestre elektrophonique, gitaren), Yuri Honing (sopraan- en tenorsaxofoon), Alessandra Striggio en Andrew Keeling (stem) Attacca 2023.161 • 61′ •
Opname: okt. 2021, Studio Aan Gene Zijde, Buurmalsen & Studio 1, Wisseloord, Hilversum

Over Erik Voermans en zijn achtergrond kunt u het nodige lezen in mijn bespreking van zijn cd-productie Godenlicht (klik hier). Dus ik volsta hier met een impressie van deze nieuwe in de herfst van 2021 gerealiseerde registratie, waarin de componist zijn onvervreemdbaar eigen visie heeft vastgelegd op een van de meest bekende mythes uit de wereldgeschiedenis, die van Orpheus en Eurydice. Een mythe die een onafzienbare stoet van schrijvers schilders en componisten heeft geïnspireerd en dat nog tot op de dag van vandaag doet. Wanneer we ons tot de muziek beperken schieten ons vanzelfsprekend de namen – om enkele van de meest vooraanstaande voorbeelden te noemen – van Monteverdi, Gluck, Offenbach, maar ook die van Henze, Stravinsky en Birtwistle te binnen. Ook die van Peri, Milhaud en Haydn trouwens. En er zullen ongetwijfeld nog veel meer en ook mindere goden zijn die zich op dit fascinerende thema hebben gestort. De mythische zanger die de macht der muziek tegen wil en dank vermocht te mobiliseren om het aardse leven zijn diepe waarde niet alleen te geven, maar vooral ook te doen behouden is een gegeven dat bij artiesten van om het even welke discipline enorm tot de verbeelding sprak en spreekt. Men zou zich dan ook met recht kunnen afvragen of er een thema is dat anno 2023 actueler is dan ooit. Een punt in de tijd waarin we, net als Orpheus tijdens zijn tocht uit de Hades naar de bovenwereld naar Eurydice, terugblikken op tal van decennia, waarin de erfenis van de klassieke muziek door allerhande draconische bezuinigingen nu bijna geheel teloor lijkt te gaan. Een situatie waarin onze leefomgeving er platter en ontzielder bijligt dan ooit te voren en alles slechts lijkt te draaien om het meetbare, het puur materiele.

Het geheel van Voermans’ The Tale of Orpheus & Eurydice is uit drie delen opgetrokken: ‘Orpheus Weeps’ (1), ‘The Tale of Orpheus & Eurydice’ samengesteld uit vijftien in elkaar overgaande episodes (2) en ‘Orpheus’ Lament’ (3). Het is niet gemakkelijk om de stijl van dit kunstwerk in woorden te vatten, maar wie een klassiek overkomende compositie verwacht te horen komt even bedrogen uit als zij die het tegenovergestelde denken. Als er al associaties optreden dan met lange traject muziek in de geest van experimentele stromingen uit de jazz en allerhande andere niet klassieke richtingen. Met dien verstande dat de impact van het samengaan van de saxofoons, de gitaren met het virtuele orkest (en de overwegend doorgecomponeerde structuur) toch iets symfonisch heeft. Daar komt trouwens nog bij dat binnen de spanningsbogen (die een maximum aan uitgebalanceerdheid vertonen) soms motieven de revue passeren bij machte waarvan op een uiterst geraffineerde en subtiele wijze wordt gezinspeeld op muziek uit het recente en verre verleden. Maar Voermans zou Voermans niet zijn als hij het er in dergelijke gevallen dik (en laat staan: te dik) boven op zou liggen.

Hoewel er ook enkele uitzonderingen zijn, waarvan ik er twee wil signaleren. De eerste betreft een episode waarin de vrouwenstem de tekst van het slotkoor uit Monteverdi’s Orfeo uitspreekt. Wel te verstaan achterstevoren zodat, om Voermans in zijn beknopte en heldere toelichting aan te halen, “Orpheus en Eurydice niet uit de tijd vallen, maar terugkeren in de tijd, naar betere dagen.” Met andere woorden, bij alle somberte van het hier en nu is er toch het optimisme van de componist dat de kunsten in casu de muziek uiteindelijk zullen overwinnen. De tweede opvallende uitzondering is ‘Orpheus’ Lament’ dat een hoogst originele parafrase bevat van het lied Un grand sommeil noir van Edgard Varèse, een van de grote helden van Voermans. Daarin draait het om de slaap, de duisternis, het verdwijnen van de herinnering, over een wieg die in een gewelf is opgesloten, kortom over de dood. En dat is geen, om het zacht uit te drukken, hoopgevende boodschap, zeker niet als we die “grote zwarte slaap” op de muziek betrekken. Want hoe verhoudt zich dat tot de wijze waarop eerder genoemde tekst van Monteverdi in het discours wordt gebracht? Maar, misschien geeft deze vraagstelling nu juist die extra dimensie aan wat een kunstwerk groot maakt, namelijk dat het altijd zeer fundamentele vragen oproept die nooit en te nimmer volledig zullen worden beantwoord.

En het is juist dat laatste wat in doorslaggevende mate karakteristiek is voor een groot kunstwerk. Namelijk dat het om dergelijke existentiële kwesties draait. Een kunstwerk geschreven in een taal die heel eigen is, oninwisselbaar en het beluisteren van deze cd – zeker wanneer men dat meer dan eens doet – tot een geweldig avontuur maakt. Wat Yuri Honing op zijn saxofoons laat horen en de componist op zijn gitaren – al dan niet omlijst door zijn virtuele ensemble – grenst aan het ongelooflijke en is, ook al staat de onderwereld bijkans volledig in dit opus centraal, van een ontroerende en dikwijls bovenaardse schoonheid. En dan is er nog het feit dat een van de opnamelocaties Studio Aan Gene Zijde heet. What’s in a name?! Hoe dan ook, een buitengewoon fraaie disc die ook qua weergavekwaliteit in het absolute topklassement thuishoort.

© Maarten Brandt, juli 2023, Opusklassiek

——————————————————————————————————————————-

Holly Moors in Moors Magazine.nl

Erik Voermans is een veelzijdig man, die niet alleen jarenlang muziekrecensent voor het Parool was, waarbij hij zowel klassieke muziek als intelligente pop als Zappa coverde, maar die ook een roman schreef waarin de muziek een hoofdrol speelt, en die een virtuoos gitarist en componist is die het avontuur opzoekt op onverwachte manieren. Zo ligt er nu een cd met de mythe van Orpheus en Euridice, al door ontelbare klassieke componisten bewerkt, maar bij  Voermans werd het een instrumentaal drieluik, waarbij hij zelf de gitaar en het elektronische orkest voor zijn rekening nam en Yuri Honing de saxofoon. Het resultaat is subliem, waarbij het principe “less is more” optimaal tot zijn recht komt. Een meesterwerk.

Erik Voermans is een veelzijdig man – hij was niet alleen decennialang de beste muziekrecensent van Nederland (voor het Parool, waar hij vrijwel elke dag stukken schreef, naast zijn heerlijke vaste wekelijkse rubriek Eerste hulp bij klassieke muziek), hij is ook een virtuoos gitarist en componist, die onder meer muziek maakte bij de gedichten van Lucebert, een geweldig album opnam met trompettist Eric Vloeimans, of Godenlicht, een compositie voor digitaal orkest en trompet. Maar er ligt ook een dikke pil met interviews en andere stukken over muziek – Van Andriessen tot Zappa, en daarna schreef hij zelfs een roman, Neubach, waarin ook weer de muziek een hoofdrol speelt.

Als zo’n man het verhaal van Orpheus en Eurydice oppakt om er een instrumentale compositie van te maken kun je om te beginnen alleen al bewondering hebben voor het lef, want die Griekse mythe draait om te beginnen al om muziek, en de componisten die het verhaal als inspiratiebron gebruikt hebben zijn niet de minsten – Monteverdi, Gluck, Telemann, Haydn, Offenbach, Stravinsky, Milhaud, Henze en Birtwistle noem ik hier, maar dan ben ik niet eens compleet. Voermans maakt er bovendien een instrumentaal drieluik van.

Het verhaal, in het kort: Muzikant en zanger Orpheus wil zijn gestorven geliefde Eurydice na haar dood terughalen uit het schimmenrijk. Onmogelijk, maar zijn muziek doet wonderen – eerst verleidt hij met zijn muziek de veerman die hem de rivier des doods  moet overzetten, dan temt hij de hellehond Cerberus met zijn muziek en tenslotte weet hij zelfs Hades, de heerser over het dodenrijk met zijn jammerklacht te vermurwen. Hij mag zijn geliefde meenemen op één voorwaarde – zij moet achter hem aanlopen en hij mag pas omkijken als ze allebei boven zijn. En daar gaat het uiteraard altijd mis.

Het verhaal wordt hier in drie delen “verteld” – het eerste, korte deel Orpheus Weeps is een klaagzang voor elektronica en gitaar, waarin Voermans laat horen hoe goed hij is in het weglaten – “less is more” is overigens in de totale compositie van toepassing, want de stiltes en de kleine accenten (een minimaal piano-akkoord op de juiste plaats) geven een maximum aan effect – je houdt je adem geregeld in en zit soms met een brok in je keel te luisteren. Dat geldt vooral ook als Yuri Honing in het lange tweede deel The Tale of Orpheus & Eurydice met zijn sopraansax de wanhoop van Orpheus weet te vangen.

Orpheus Lament is het afsluitende korte laatste deel, waar je als luisteraar mooi naar het eind wordt geleid en je in stilte achterblijft. Een stuk waar geen applaus achter hoort, maar stilte. Even rustig bijkomen.

Op een vreemde manier doet het stuk op bepaalde momenten denken aan Mike Oldfield’s Tubular Bells, maar zonder de kitsch, om het zo maar te zeggen, met alle respect. Maar het is feitelijk net zulke ongrijpbare, niet te classificeren muziek. Grensoverschrijdende nieuwe klassiek? Ach wat. Gewoon een goed moment kiezen, er voor gaan zitten en luisteren!

——————————————————————————————————————————-

Recensie

Erik Voermans’ nieuwe plaat is een hallucinante ode aan Orpheus en Eurydice

Erik Voermans leidt je op zijn 25ste album door een hallucinante hommage aan Orpheus en Eurydice. De plaat is een droomlandschap waarin de tijd traag verglijdt.

Voormalig muziekrecensent Erik Voermans van Het Parool mag dan bij de krant met pensioen zijn, stilzitten doet hij allerminst. Voermans is schrijver én gitarist, bedient zich van een erkestre electrophonique en maakt graag ‘ambient-gitaar-soundscapes’, zoals hij het zelf noemt. Onlangs verscheen zijn nieuwe album. Het is zijn 25ste, een respectabel aantal.

The Tale of Orpheus & Eurydice is een muzikale associatie bij het verhaal van Orpheus, die zijn geliefde Eurydice terug probeert te halen uit het dodenrijk. Voorwaarde voor een goed einde: Orpheus mag niet omkijken als Eurydice hem volgt op de weg naar boven. Helaas, hij werpt een blik over zijn schouder…

Voermans maakte een drieluik. Op de klanken van zijn Fender Stratocaster uit 1974 – aangekocht vanwege het klokjesachtige geluid – voert hij je mee in een wereld van bromtonen, een droomlandschap waarin de tijd traag verglijdt, en waarin saxofonist Yuri Honing ontroerende solo’s speelt. Het lot van de geliefden, de donkerte van de rivier, het ijzige van wat een onderwereld zou kunnen zijn, spooky stemmen: ze vormen een hallucinante hommage aan het hartverscheurende verhaal.

Frederike Berntsen

Recensie in Luister:

 

Interview in Het Parool, 12 mei 2025

‘Klassieke recensenten keken vroeger neer op popmuziek. Ik heb dat nooit gehad’

door Peter van Brummelen

Erik Voermans (66), oud-redacteur klassieke muziek van Het Parool, speelt vijftig jaar gitaar. Hij viert het met de albums Guitar Tributes Vol. 1 en Vol. 2, waarop hij eigen nummers in de stijl van zijn favoriete rock- en bluesgitaristen speelt. ‘Ik ben er goed in mijn krakkemikkigheid te camoufleren.”

De mancave van Erik Voermans bevindt zich aan de voorzijde van de boerderij die hij bewoont in de Betuwe en wordt door de Voermansjes Studio Aan Gene Zijde genoemd. “Als ik naar mijn eigen kamer ging, zei ik altijd tegen mijn vriendin Judith: ‘Ik ben even aan gene zijde.’ Zo is het gekomen.”

Er staan veel boeken en cd’s in Studio Aan Gene Zijde, maar opvallen doen vooral de vele gitaren en versterkers. Ook effect- en opnameapparatuur zijn ruim voorhanden. Hoeveel gitaren hij heeft, weet Voermans niet precies. “Meer dan twintig in elk geval.” In een hoek staat zijn allereerste gitaar. “Een flamencogitaar die ik als 17-jarige voor 7,50 gulden kocht van een klasgenootje.”

Sinds Voermans in 2022 vertrok bij Het Parool, waar hij 34 jaar over klassieke muziek schreef, bracht hij veel tijd door in Studio Gene Zijne. Hij nam er de albums Guitar Tributes Vol. 1 en Vol. 2 op, waarop hij zijn favoriete blues- en rockgitaristen eer betoont. Voermans, een autoriteit op het gebied van de klassieke muziek, is ook van de pop, ja.

“Bij de jongere generatie recensenten komt die combinatie iets vaker voor dan in mijn tijd, toen klassieke recensenten allemaal zwaar klassiek waren. Ze hadden geen flauw idee van popmuziek, keken er ook op neer. Ik heb dat nooit gehad. Het is allemaal geluid. Of het nou ingewikkeld geluid is of simpel geluid, de kick die ik ervan krijg is zeer vergelijkbaar. Overigens had componist Louis Andriessen wel oor voor pop. En Peter Schat vond James Brown te gek.”

Elektrische gitaar

Onder de naam VR Noisemaker (een anagram van Erik Voermans ) speelt hij op de twee albums als eenmansband eigen nummers in de stijl van gitaristen zo uiteenlopend als David Gilmour, Wilko Johnson, Carlos Santana en Billy Gibbons. Alleen in zijn ode aan Jimi Hendrix doet, op bas, een andere muzikant mee: Voermans’ jongere broer Wim, die in de nadagen van Shocking Blue een paar jaar in die band speelde.

De bands waarin Erik Voermans als tiener in Den Haag speelde waren minder bekend. “In de volleybalkringen waarin ik heel actief was, ontstond ineens het idee een band te beginnen. John ging drummen, Onno ging bassen en Erik, die niet aanwezig was op het feest waar dit allemaal werd besloten, zou gitaarspelen. Een paar weken later stonden we in een kas in een dorpje boven Den Haag.”

Na veel zeuren bij zijn ouders mocht hij een elektrische gitaar kopen. “Het werd een Rokkomann. Die ken je niet? Dat kan ik me voorstellen. Het is een heel slechte Duitse Les Paul-imitiatie. Ik wist nog niet eens hoe ik een gitaar moest stemmen. Ik stemde hem in kwarten, het was een ongelooflijk primitief gepiel. Er kwam een keer iemand langs die verder was. Hij stemde mijn gitaar en speelde House of the Rising Sun. We vielen in katzwijm van bewondering.”

Les heeft Voermans nooit gehad. “Het kwam niet bij me op. Achteraf denk ik: Rund! Gitaarles had me ontzettend veel tijd kunnen besparen. Ik heb alles zelf uitgezocht. Ik had een pick-up die op 17 toeren kon. De muziek van een 33 toeren-elpee hoorde je dan precies een octaaf lager en half zo snel. Zo zocht ik loopjes van gitaristen als Al Di Meola en John McLaughlin uit, zonder te snappen wat er technisch gebeurde. Pas tijdens mijn studie musicologie begreep ik harmonie.

Hij ontwikkelde als autodidact wel een eigen stijl, vindt hij. “Die er vooral uit bestaat dat ik er goed in ben mijn krakkemikkigheid te camoufleren.”

Dat is gelul natuurlijk. De albums Guitar Tributes Vol. 1 en Vol. 2 laten een technisch zeer kundige gitarist horen. En de kleine gitaardemonstratie waar hij het bezoek in Studio Gene Zijde op trakteert, liegt er ook niet om. Menig professioneel popgitarist zou het er benauwd van krijgen. Voermans: “Als je vijftig jaar speelt, kom je wel ergens natuurlijk. Maar ik ben pas de laatste vijf jaar een beetje tevreden.”

Van zijn tribute-albums is hij het meest tevreden over zijn eerbetoon aan David Gilmour, de gitarist van Pink Floyd. Was het moeilijk Gilmours toon te vinden? “Eigenlijk niet. Het was even zoeken naar de juiste gitaar. Gilmour speelt op een Fender Stratocaster. Het debiele is dat ik er een Telecaster voor heb gebruikt. Maar dan wel met een Strat-element erop. Dat klonk om duistere redenen het meest Gilmouresque.”

In het nummer zingt Voermans ook, zoals hij dat in meerdere nummers op de albums doet. “Hoe gaat het ook al weer? David Gilmour, so renowned, plays his guitar, what a sound. Ja, het is allemaal hogere poëzie, dat hoor je wel. Later in het nummer lees ik de tekst voor die op de verpakking staat van zijn eigen merk gitaarsnaren. Niemand die het verstaat, het gaat om het effect.”

Fantaseert Voermans er wel eens over hoe zijn leven eruit had gezien als hij geen muziekjournalist maar rockgitarist was geworden? “Mijn broer heeft eraan geroken. De popwereld is een wereld waar je maar beter bij vandaan kunt blijven. Veel mensen aan de drank of drugs, allemaal zijn ze doof. En iedereen is gefrustreerd omdat je het als muzikant in Nederland alleen bij hoge uitzondering echt maakt.”

Berustend: “Het is veel beter zoals ik het heb gedaan, hoewel ik graag had willen weten hoe het is om in Paradiso te staan.”

VR Noisemaker: Guitar Tributes Vol. 1 en Vol. 2. De albums zijn te beluisteren op Spotify, zoek op Erik Voermans.

Leave a comment